Het boek — hoofdstuk 9 van 20
9. Schulden, Incasso en Beslag
Een onbetaalde rekening doorloopt een vaste route voordat het bij de wettelijke schuldsanering (de WSNP, hoofdstuk 8.3) uitkomt. Eerst probeert de schuldeiser het zelf of via een incassobureau: de minnelijke fase, met brieven, herinneringen en incassokosten. Lukt dat niet, dan stapt hij naar de kantonrechter voor een vonnis. Met dat vonnis kan een gerechtsdeurwaarder beslag leggen op je loon, je bankrekening of je inboedel. Daar zit een bescherming die de meeste mensen niet kennen: hoeveel een deurwaarder ook int, hij moet je altijd een minimumbedrag laten houden om van te leven. Dat heet de beslagvrije voet. Dit hoofdstuk loopt de hele route langs, van de eerste aanmaning tot het beslag, en laat zien waar je als schuldenaar zonder advocaat kunt ingrijpen: te hoge incassokosten weigeren, een verkeerd berekende beslagvrije voet laten corrigeren, een betalingsregeling afdwingen en op tijd bij de gemeente aankloppen.
Dit hoofdstuk lees je gratis met een account — er is nog geen abonnement nodig. Log in om verder te lezen.